Door: Bob van Es 16-1-2012
Je hoort het in de transparante wandelgangen: dat nieuwe werken maakt toch echt niet iedereen gelukkig. Zeker niet alle vijftigplussers. Toch is dat is vreemd voor een procedé dat je zelf kunt vormgeven. Of vertolken we het nieuwe arbeidsethos te collectief?
Waargebeurd: een telecombedrijf stuurt werknemers moedwillig naar huis om te flexwerken. Een jaar lang. Het toont aan dat zowel managers als werknemers nog steeds stoeien met het nieuwe werken. Uit onderzoek blijkt steeds vaker dat veel werknemers helemaal niet zo flexibel willen zijn: zowel jongeren als ouderen komen nog steeds vaak het liefst gewoon naar kantoor op vaste tijden.
Het management vraagt zich ondertussen af: kun je het nieuwe werken aan je medewerkers opleggen? Stuur je ze naar huis, zoeken ze alsnog de publieke ruimtes op. Pakken ze wel hun vrijheid, heb je geen grip op de werkprocessen. Het is maar ingewikkeld.
Het is logisch dat het nieuwe werken stress veroorzaakt. Daarvoor hoef je alleen maar te kijken naar de vijf v’s waarop het gebaseerd is: visie, vertrouwen, verantwoordelijkheid, vrijheid en verbinding. Wanneer een werknemer of een werkgever één van de v’s niet voortreffelijk kan invullen is dat een serieuze stoorzender voor een goede werkrelatie. Ervaar je als werknemer bijvoorbeeld stress door de gedachte doorlopend bereikbaar te zijn? Daar ga je al.
On-Nederlandse output
Hoe kan het nieuwe werken dan toch een zegen zijn? Omdat hét nieuwe werken niet bestaat. Er is alleen een nieuwe werkgedachte. En die draait om output. Het is immers de accountability waar het allemaal om draait. Je bent vervolgens vrij om in te vullen hoe je je eigen output realiseert. De vijf v’s zijn belangrijk, maar zijn ook voor iedereen van andere waarde. Het gaat niet om tijd en plaats. Dat zijn voornamelijk wensen van werkgevers. Het idee is juist dat jij zelf bepaalt wat je een fijne werkmodus vindt.
Het gaat dus om meer dan alleen tijd en plaats. Het gaat om de transparante afspraken die je over output maakt. En hier gaat het dan vaak mis. Want output vinden we in Nederland nog erg spannend. Wij zijn juist van de input: ‘’van hard werken is nog nooit iemand dood gegaan.’’ Met name in sales zien we al jaren een output-gestuurde werkcultuur.
Kortom: het nieuwe werken is niet collectief; het is individueel. Er is geen standaard. Iedereen levert op zijn eigen manier de output die van te voren helder gedefinieerd is. En werken op die manier zou ieder mens logischerwijs gelukkig moeten maken: je vult je wensen immers zelf in. De werkgever moet die wensen vervolgens netjes faciliteren om het optimaal resultaat te halen. Wil je op kantoor werken? Dan moet dat kunnen. Een vaste werkplek? Ook goed. Thuis? Wat je wil. Als je de afgesproken resultaten maar bereikt.